Share
Bergje en de Beer
Wedstrijden 20/05/2026  |  Vincent Rigouts  |  170  |  1

Bergje en de Beer

Afgelopen weekend trok een stevige delegatie van Trail Buddies Kempen richting de Ardennen voor de Grand Trail des Lacs et Châteaux, beter bekend als de GTLC. Een 2-jaarlijkse wedstrijd die ondertussen stilaan mythische proporties begint aan te nemen onder ultralopers. Niet alleen door de afstanden, hoogtemeters en technische stukken, maar ook omdat niemand na afloop nog exact weet wat er onderweg allemaal gebeurd is.

Wat we ondertussen wel zeker weten:
In tegenstelling tot wat sommige beweren, de Ardennen hebben bergen. Véél bergen.
En over die beren zijn we nog steeds niet volledig uit.

160 kilometer pure Ardennenromantiek

De 100 mijl van de GTLC vertrekt in Vielsalm en eindigt pas in Ovifat. Daartussen ligt ongeveer 160 kilometer aan bossen, rotsen, rivieren, modder, wortels, steile klimmen en afdalingen die uw quadriceps persoonlijk lijken te haten.

Goed voor bijna 6000 hoogtemeters.
Of zoals wij dat in de Kempen noemen: “onnodig veel omhoog.”

Het parcours sleurt je van het ene decor naar het andere. Donkere bossen waar enkel uw hoofdlamp nog weet waar ge zijt. Technische afdalingen vol losse stenen. Eindeloze klimmen richting dorpjes waarvan ge onderweg denkt dat er enkel nog geiten wonen. En natuurlijk besliste ook het weer elk uur iets anders te doen.

Dat het een slopende editie was, bewezen ook de cijfers: op ongeveer 400 deelnemers stonden er maar liefst 145 DNF’s achter de naam. Bijna de helft van het veld werd onderweg opgegeten door de combinatie van afstand, terrein en twee nachten slaaptekort.

En dan waren er de Trail Buddies.

Tien starters op de 100 mijl.
Negen finishers.

Of hoe je met een beetje gezamenlijke Kempense koppigheid de statistieken kan verslaan...


Milan, Andy en Rob - drie man, één plan

Van bij de start vormden Milan, Andy en Rob een stevig treintje.

Geen voorzichtig aftasten. Geen “we zien wel”.
Gewoon direct goed doordoen.

Voor Rob werd het meteen een vuurdoop van formaat. Eerste 160 kilometer ooit, en dan direct eentje waar de Ardennen u om de twintig minuten proberen terug richting parking te sturen. Met momenten moest hij serieus tanden bijten om het tempo van Milan en Andy te volgen. Maar lossen deed hij niet.

Meer nog: in de laatste 40 kilometer veranderde die mens precies in een andere versie van zichzelf. Waar iedereen begon te strompelen, begon hij karakter boven te halen waarvan waarschijnlijk zelfs hijzelf niet wist dat het bestond.

Samen bleven ze vooruit gaan. Van checkpoint naar checkpoint. Van bergje naar volgend bergje. Tot uiteindelijk Ovifat verscheen na iets meer dan 31 uur afzien.

Samen over de finish.

En dat blijft misschien nog het strafste aan ultra’s: soms loopt ge niet op benen, maar op elkaar.


Jonas versus de berg van Malmedy

Niet veel later volgde Jonas. Helemaal alleen. Geen groepje, geen vaste compagnon onderweg. Gewoon urenlang gefocust blijven in een wedstrijd die u langzaam probeert leeg te wringen.

Zijn eerste 160 kilometer werd er eentje op karakter. Vooral het laatste deel van het parcours beet stevig terug. Technische afdalingen, rotsachtige passages en benen die stilaan begonnen te onderhandelen over een onmiddellijke staking.

En dan was er nog Malmedy.

Iedereen die de GTLC al gelopen heeft, weet dat die klim ergens tussen “vervelend” en “volledig belachelijk” hangt. Daar werd gevloekt. Serieus gevloekt. Cafeïne werd ondertussen meer een levensvisie dan een voedingsstrategie.

Maar Jonas bleef gaan. En sterk ook.


Jelle en de kunst van het gecontroleerd overleven

Jelle leek zich onderweg opvallend goed te amuseren. Wat op zich al licht verontrustend is tijdens een 100 mijl.

Maar ook daar sloegen de twee nachten uiteindelijk toe. Want hoe goed ge ook zijt voorbereid: na tientallen uren zonder deftige slaap begint alles een beetje vreemd aan te voelen. Bomen beginnen op mensen te lijken. Mensen beginnen op bomen te lijken. En een plooistoel wordt plots het mooiste object ter wereld.

Het powernapje voor de laatste 19 kilometer kwam dan ook geen seconde te vroeg. Daarna volgde nog één laatste gevecht richting Ovifat.


Erik en Raf - samen sterk, letterlijk

Erik en Raf deden exact wat ge op een ultra eigenlijk zou moeten doen: samenblijven.

Door de goeie momenten, maar vooral door de slechte.

Ook voor Erik werd het bovendien zijn eerste 100 mijl. Geen betere manier om kennis te maken met het concept dan twee nachten verdwalen tussen Ardense rotsen terwijl ge probeert uw verstand niet te verliezen tussen de bomen of beren te knuffelen.

Op moeilijke stukken trokken ze elkaar erdoor. Soms pratend. Soms zwijgend. Soms met luid gezucht verder strompelend omdat de andere dat ook nog deed.

Ultra’s worden zelden gewonnen op snelheid alleen. Vaak gewoon op blijven bewegen.


Bert en Carine - positieve vibes en veel te veel ervaring

Wie ondertussen al lang geen maagd meer is, is Bert.

Bert deed wat Bert meestal doet: steady blijven doorgaan alsof 160 kilometer eigenlijk gewoon een langere zondagtraining is. Samen met Carine trok hij van checkpoint naar checkpoint, altijd goedgezind, altijd positief en altijd in controle.

Zelfs wanneer het parcours weer besliste om nog eens belachelijk steil omhoog te gaan.

Hun race was geen explosief spektakel, maar een masterclass in ervaring. Geen paniek. Geen drama. Gewoon blijven bewegen. Uiteindelijk bereikten ook zij meer dan verdiend de finish van een wedstrijd die écht buiten categorie is.


Kathleen - misschien wel de strafste prestatie van allemaal

En dan was er nog Kathleen.

De dag voordien nog ziek. Koorts. Eigenlijk alles wat logisch nadenkende mensen zou overtuigen om thuis te blijven.

Maar trailharten luisteren zelden naar logica.

Kathleen startte toch. En vocht zich meer dan 100 kilometer ver door het parcours. Tot het lichaam stilaan begon terug te eisen wat het eerder al had proberen duidelijk maken.

Twijfel kwam binnen. Energie verdween. Maar opgeven gebeurde niet meteen. Samen met Bert en Carine vocht ze nog twee checkpoints verder tot kilometer 133.

Daar viel uiteindelijk het doek.

Misschien officieel een DNF.
Maar iedereen die daar rondliep weet dat dit misschien wel de strafste prestatie van het weekend was.


Ook op de andere afstanden werd er gevlamd

Niet alleen op de 100 mijl werd sterk gelopen.

Sidney werkte de GT85 af, goed voor 85 kilometer en ongeveer 3300 hoogtemeters, in een bijzonder straffe 15u30. Een wedstrijd die eigenlijk voortdurend op en af gaat. Wie ontwerpt eigenlijk die hoogteprofielen?

En ook Arne liet zich zien op de GT42. Geen “gewone marathon”, maar 46 Ardense kilometers met bijna 2000 hoogtemeters. Die werkte hij af in amper 5u30. Stevig tempo op terrein waar veel mensen al blij zijn dat ze recht blijven.


Teamwerk als geheime superkracht

Wat dit weekend misschien nog het meest opviel, was hoe sterk de Trail Buddies als groep liepen.

Niet alleen qua resultaten. Maar vooral qua ingesteldheid.

Samen vertrekken. Op elkaar wachten. Elkaar erdoor trekken. Elkaar opraapen op moeilijke momenten. Finishen als groep waar mogelijk. Niemand volledig alleen laten verzuipen in de donkere Ardense bossen.

Dat is uiteindelijk wat ultras speciaal maakt.

Niet de medaille.
Niet de statistieken.
Maar de mensen waarmee ge onderweg zijt.


Dus… zaten er nu beren?

Na 160 kilometer door de Ardennen kunnen we voorlopig het volgende besluiten:

  • Er zijn absoluut bergen in België.
  • Sommige daarvan voelen verdacht veel groter om 3 uur ’s nachts.
  • En wat die beren betreft...

Na twee nachten zonder slaap heeft niemand nog volledig betrouwbare waarnemingen gedaan.

Reacties

A
Andy Ceyssens 20/05/2026 16:15
Laat ons vooral de support van Vincent onderweg niet vergeten! Op de meest onwaarschijnlijke momenten was daar plots … de Vinnie! Herstellende van een topprestatie tijdens de Backyard jammer genoeg niet tussen ons op de trails. Maar dat houdt deze topper niet tegen!!! Thanks for the mental support 🤩
Plaats een reactie